Page images
PDF
EPUB

weer

royalisme, niet heroverd in de Revolutie, die uit haat tegen den Messias ontstond, werd gered in onze dagen door den Messias, die onder de volken uitzond een geest van genå, gebed, geloove. Zoo ontstond

een eigen kring van Evangeliebelijders, ook in ons vaderland. »Voor dien kring trok Bilderdijk den omtrek, toen hij de Volkssouvereiniteit ontwortelde met de bijl van zijn lied; gaf da Costa den levenstoon aan door zijne hymne voor den Souverein Messias; en schreef ten leste Groen van Prinsterer het staatsrechterlijk credo door zijn sprekende formule van souvereiniteit in eigen kring. En, krachtens dat uit God zelf neergedaald beginsel, is sinds nu deze dertig jaren op de knieën geworsteld, het afgedoolde nageloopen, met de »passion des âmes” geëvangeliseerd.” (Heldere stijl!) Dat beginsel werd gehandhaafd in de Staten-Generaal, als naast en bij, niet in noch onder de overheid staande; bij de quaestie van de doodstraf als de verdediging van Godes souvereine wrake over hem, die 's menschen bloed vergiet; tegen de vaccinatie; als vrijmaking der Kerk; vooral in de Schoolquaestie, waarbij bedreigd worden niet minder dan de Souvereiniteit der consciëntie, van den huiselijken, van den paedagogischen, van den geestelijken kring. Dat beginsel nu moet aan de Universiteit in wetenschappelijken vorm ten volle in al zijne kracht zich ontplooien.

Met opzet herinnerde ik u deze redeneering, om u goed te doen gevoelen, hoever deze dingen van ons of wij van deze dingen verwijderd zijn. Die Staat, die ten slotte niet anders is dan de opzichter in een reusachtig hofje met allerlei afzonderlijke woningen! Andersen heeft een sprookje gedicht, De Overschoenen van het Geluk, die het vermogen hebben, om hem, die ze aantrekt, onmiddellijk over te plaatsen naar den tijd, waarin hij wenschte te leven. Ik wou , dat K. die overschoenen eens kon aantrekken. Of hij ze spoedig ver weg zou werpen, om dankbaar te genieten van deze ellendige maatschappij met hare staatstirannie! Dan zou het hem ook kunnen blijken, dat men niet ongestraft leeft in dezen tijd. Ook hijzelf niet.

. Daar is eenige halfheid in zijne redeneering. De Staat blijft toch de kring der kringen; hij alleen onder allen omsluit extensief geheel () ons leven – en dan nog al die kringen met eigen souvereiniteit. Och, de moderne en de Gereformeerde mensch in dezen rector leven saam en stoeien.

Ook in de wetenschap. Zij is Souverein in eigen kring, en mag noch onder staatsvoogdij, noch onder kerkelijke curateele verbasteren van aard. Akkoord ! Dat zijn we met K. eens. En we meenden zoo, dat dit beginsel in ons landje gehuldigd werd door den Staat. Maar in K.'s Universiteit? Vrij van den Staat kan daar de wetenschap zijn, al beteekent dat niet veel, omdat de Staat er geene wetenschap op na houdt. Ook vrij van de Kerk? Ja zeker, zegt K. Op het zeer wezenlijk gevaar af, dat ze van de wetenschap schade lijde, moet de

(*) Beide keeren cursiveert Kuyper.

kerk veeleer er op aandringen, dat de wetenschap zonder ooit slavinne te worden, de haar toekomende Souvereiniteit handhave op eigen erf en leve bij de gratie Gods.” Dat klinkt flink. Ja

zoo klinkt het. Doch in trouwe, mijn lieve broeder, ik begrijp van deze dingen niets. De Universiteit heet ook Gereformeerd. Hare stichters bekennen zich zonder beding tot de leerregelen van Dordt. Voor die Gereformeerde wetenschap wenschen zij nu Souvereiniteit in den eigen kring der Universiteit. Goed. Maar waar blijft nu die wetenschap, die zelve souverein was? Vrij in den zin van »los van beginsel” zal die wetenschap niet zijn, zegt K. Natuurlijk niet. Maar zij zou vrij wezen van de kerk. En, als zij zich Gereformeerd noemt, dan begrijpt zij onder dien naam, wat der Kerke wettig oordeel was. Ja meer

de Kerk is souverein. Als de mannen der Vrije Universiteit een naam te kiezen hebben, dan is het de naam , gegeven door het gezaghebbend orgaan, dat in dien kring drager is van het historisch leven. Aller subjectief bedoelen geeft zich dan ook gevangen vin de majesteit van het objectieve, het historische, het' met macht bekleede, het officieel gesproken woord" (*). Officieel door de Kerk immers? Arme souvereine wetenschap! Een Gereformeerd medicus is, volgens K., in zijne wetenschap en hare beoefening door zijn beginsel beperkt. Jurist en literator moeten beiden beginnen met zich te onderwerpen aan den Woorde Gods, zooals dat in de formulieren van eenigheid geïnterpreteerd is, voordat zij met hun onderzoek een aanvang maken. De natuurkundige ...... Ja, dat 's een zonderling geval. Bij elke faculteit weet K. precies aan te wijzen, waarin een Gereformeerd mensch zich van den Filistijn onderscheidt, maar bij den natuurkundige maakt hij zich met groote woorden van de zaak af. Ach heeft deze rector van de Gereformeerde hoogeschool den moed niet, om de Schrift te handhaven tegenover de resultaten der natuurwetenschap? Ik vrees ervoor, als hijzelf spreekt van eene vaste wet, volgens welke de Souverein op stof door kracht werkt.

Ook hier hetzelfde dus als straks-halfheid. Eene vrije wetenschap, die door de Kerk gebonden is. En toch niet geheel gebonden. K.'s wetenschappelijke consciëntie verzet zich. Van de resultaten der natuurwetenschap wil hij geen afstand doen. Hij wil niet, als wijlen Pastor Knack te Berlijn, volhouden , dat de aarde stilstaat en de zon draait.

Als ik dan nu de conclusie opmaak. amice, dan zou ik zeggen: deze stichting — altijd geoordeeld naar wat Kuyper ons te lezen geeft, vooral naar haar eerste manifest, K.'s oratie deze stichting wekt onzen eerbied niet. We missen te veel den frisschen moed van eene kloeke overtuiging. De geldquaestie is te machtig. Het is een kunstig ineengezet mechanisme, geen levend organisme. En het groote beginsel, dat haar dragen en 'twelk zij verdedigen moet, blijkt volgens de uiteenzetting eene abnormaliteit te zijn in deze dagen – ja – ook hij, die het

(*) Kuyper cursiveert.

verdedigt, is te veel kind van dezen tijd, om het in zijne volle consequentie te kunnen toepassen.

Dat zal de vloek zijn van deze Universiteit; dat de kwaal, die haar moet ondermijnen. Zij kan nog leven bij de gratie der reactie, omdat het moderne leven in al zijne kringen bezig is nieuwe vormen te zoeken. Maar hare eigene Gereformeerdheid zal haar doen sterven. En het ergste is, dat hare professoren haar graf moeten delven, omdat zij zijn wetenschappelijke mannen. Het blijft maar waar, wat Prof. Buys eens zei: »De beschaving hoe grillig ook soms in haar bewegingen pleegt niet op hare schreden terug te komen, wij gaan niet van de 19de de 15de eeuw tegemoet. Wat eenmaal verworven werd, blijft verworven, en wat de protestantsche beginselen sedert drie eeuwen van de menschelijke persoonlijkheid gemaakt hebben, kan haar niet meer ontnomen worden. Men kan haar overheerschen niet haar natuur wijzigen. Elke vorm van heerschappij in kerk en Staat, niet aan die natuur passende, is een logen, en elke logen gedoemd om onder te gaan." V., 30 November.

Vale!

t.t.

MONTANUS.

FRANSCHE GELOOFSHELDINNEN.

La Tour de Constance et ses prisonnières. Liste Générale et Documents inédits, par Charles Sagnier. Paris. Sandoz et Fischbacher 1880.

en

Het is bekend , dat, ook na de uitwijking van honderdduizenden Hugenoten ten gevolge der herroeping van het edict van Nantes in 1685, de vervolging van hunne veel talrijker geloofsgenooten, die Frankrijk niet hadden kunnen of willen verlaten, door de regeering der Bourbons nog gedurende eene eeuw,

wel in de eerste 75 jaren met onverbiddelijke gestrengheid, werd voortgezet. Nu hunne nakomelingen zich eindelijk in volle godsdienstvrijheid mogen verheugen en zich aan de bevordering der wetenschappelijke en godsdienstige belangen hunner kerkinrichting kunnen wijden, wordt onder anderen de geschiedenis van het tijdvak na de herroeping van het edict van Nantes, dat der Eglises du Désert, vlijtig door hen beoefend. - Al heeft het lijden dier tijden, bij zijn langen duur en de tusschenpoozen van betrekkelijke verademing, niet dezelfde ruchtbaarheid gehad, noch hetzelfde algemeene afgrijzen gewekt als de Bartholomeüs-nacht en de dragonnades van Lodewijk XIV, het is niettemin zeer zwaar geweest:

eene

eeuw van verdrukking, kwellende gejaagdheid, vervolging voor allen, die aan velen het leven, aan duizenden de vrijheid, de ontvoering hunner kinderen, het verlies hunner goederen heeft gekost, om hen jaren ja, levenslang in slavendienst op de galeien of in akelige kerkerholen te laten versmachten. En al dat leed is gedragen met een taai geduld, eene onvermoeide volharding en onder treffende blijken van eenvoudige vroomheid , van godsdienstig vertrouwen, van Christelijken geloofsmoed bij mannen en vrouwen,

waarop de nazaat met eerbied en bewondering blijft staren. Daarbij komt, dat dit alles nog niet tot het lang verleden behoort, maar de voorvaders in het derde en vierde geslacht der nog levenden betreft, terwijl, ondanks eene kennis en gros van dit belangrijk verleden, de bijzonderheden, de eigenlijke geschiedenis, nog in menig opzicht onbekend zijn. Men mag het in de klein- en achterkleinzonen der vervolgden eeren, dat zij trachten, den lijdenstijd, door het voorgeslacht zoo trouw en moedig doorleefd, voor zichzelven en hunne kinderen te doen herleven. Hiertoe nu worden de bronnen overal opgespoord en onderzocht: familie-papieren en herinneringen, vooral in Frankrijk zelf, maar ook bij de afstammelingen der refugiés, zoo elders als hier te lande; de zeer talrijke schrifturen, in de bibliotheken van Genève en Lausanne bewaard, vooral de zeer uitgebreide correspondentie van Antoine Court; de correspondentie met kerkeraden en met speciale comité's in 't buitenland, inzonderheid Nederland, tot ondersteuning der vervolgde Fransche geloofsgenooten ; de talrijke documenten, op te delven uit het stof der lands-, departementale en stedelijke archieven, enz. Uit deze bronnen zijn in de laatste veertig jaren vele belangrijke schriften ontstaan, behalve monographieën omtrent lotgevallen van eenig bepaald persoon ook meer uitgebreide werken, waarvan sommigen zich ook over de vroegere geschiedenis der Fransche Gereformeerden uitstrekken : G. de Félice, Histoire des Protestants de France; J. P. Hugues, Histoire de l'Église Réformée d'Anduze; A. Lièvre, Histoire des Églises du Poitou; B. Vaurigaud, Histoire des Églises de Bretagne; Haag, France Protestante; Charles Coquerel, Histoire des Églises du Désert ; Nap. Peyrat, Histoire des Pasteurs du Désert;

Pasteurs du Désert; Edmond Hugues, Antoine Court. Histoire de la restauration du Protestantisme en France au 18e siècle; Ath. Coquerel fils, Jean Calas et sa Famille. Inzonderheid ook het zeer verdienstelijk Bulletin historique de la société de l'Histoire du Protestantisme Français, 'twelk sedert 1853 voortgaat, zich met maandelijksche afleveringen te verrijken, en thans tot een werk van 28 boekdeelen, vol belangrijke documenten, is aangegroeid. – Zulk eene bijdrage is ook het bovengenoemde boek van den heer Sagnier. En daar nu zulke nasporingen aangaande de Églises du Désert den onderzoeker de trouwe en velerlei hulp, gedurende die eeuw van vervolging uit Holland ontvangen, telkens weer onder de aandacht brengen, mag hem dit doen vermoeden, dat

en

men hier wel eenig belang zal stellen in een arbeid over onderwerpen, die men er vroeger 200 warm ter harte heeft genomen. Zoo heeft dan ook de heer Sagnier zijn boek aan eenige vrienden betrekkingen ten onzent vereerd met den wensch, dat eenige vermelding van zijn arbeid er de aandacht op moge vestigen en aan diens voortzetting bevorderlijk moge zijn.

Het is eene der zeer belangrijke bijzonderheden uit de lijdensgeschiedenis der Églises du Désert, die hij tracht tot meer klaarheid te brengen. De Tour de Constance, welke uit die tijden eene sombere vermaardheid heeft behouden, behoort tot het kasteel van het aloude Aigues-mortes, reeds uit den tijd der kruistochten bekend, gelegen in de nabijheid der Middellandsche zee, in dat zuidelijk gedeelte van Frankrijk, waar ten allen tijde de Hervorming hare meeste belijders heeft geteld. De binnenruimte van den toren, met zijne muren van ongemeene dikte, is afgedeeld in eene beneden- en eene bovenzaal of hal, beiden zeer ruim, gewelfd en uiterst somber. Geen ander licht, dan door eenige nauwe schietgaten en door eene ronde opening, zoo in het boven- als in het ondergewelf; voor beide lokalen dus een doortocht voor den rook naar buiten, maar ook voor regen en wind naar binnen. Dit verblijf, onlangs gerestaureerd, maar vroeger zeer akelig, is, na de herroeping van 't edict, gedurende 80 jaren niet de eenige want men telt er meer dan twintig, door geheel Frankrijk verspreid maar de meest bekende en meest bevolkte kerker geweest voor Hervormde vrouwen, ter wille van den godsdienst gevangen en gevonnist; allen, zoo gehuwd als ongehuwd, nog jong of reeds bejaard, uit den boeren-, den burger- of ook uit de hoogste standen maar allen onbesproken en in hare omgeving geëerd – allen bij gemotiveerd arrest veroordeeld tot afschering van het hoofdhaar, tot levenslange opsluiting en verbeurdverklaring harer goederen wegens bijwoning der preek in de woestijn, of het verleenen van huisvesting of schuilplaats aan den predikant, of wel alleen wegens bloedverwantschap met dezen. Die opsluiting met al hare ellende en ontbering in den somberen toren, op wiens zware, op hare hengsels knarsende deuren voor elke veroordeelde bij het binnentreden als 't ware het schrikwoord van Dante te lezen stond die wreede afscheuring van alle dierbare betrekkingen, soms met de wetenschap, dat de echtgenooten en broeders naar de galeien werden gesleurd en de kinderen naar de kloosters weggevoerd, om daar het geloof hunner moeder te verzaken .... het moet een nameloos lijden zijn geweest voor die vrouwen, allen behoorende tot de voorouders in het vierde en vijfde geslacht der thans levenden, voor wie het eene piëteits-behoefte is, aan die geheimzinnige muren met onvermoeiden aandrang te vragen: wie daar zijn geweest en wat haar is wedervaren. Want van velen dezer vrouwen zijn weinig meer dan de namen, en van nog grooter aantal zijn zelfs dezen niet eens bekend; het register der ge

« PreviousContinue »